Verloren zoon

Verbleekte trots het hoofd gebogen
tranen smakken op haar borst
toekomstdromen voorgelogen
niet te stillen heimwee-dorst

Zij was zijn anker, zijn kompas
hij leerde lopen door te vallen
bepaalde eigen koers alras
een gevolg van honderdtallen

Zijn heengaan heeft haar hart gebroken
zoekt de scherven van geluk
van warmte en van licht verstoken
gebukt onder haar harde juk

Haar handen grijpen vangen zuchten
in de leegte met een snik
van geen mens nog iets te duchten
onverholen holle blik

De mensheid eigent zich haar lijden
en verdriet is hemelsgroot
om het volk te doen bevrijden
is haar godenzoon nu dood

Lofdicht op Piëta, werk van Joop Witteveen.
Afbeelding van Galerie Peter Leen

Fier

Het leven is donker
het leven is licht
het leven is prachtig
en soms geen gezicht

Verbinding verbroken
geen koffie geen thee
geen knuffels geen kussen
valt tegen niet mee

Zoek steun op de tast
hou vast in bange dagen
op eigen benen wiebelen
samen sterk verdragen

Zonlicht van lente
wakkert aan levenslust
gidst ons uit de schemering
recht, op groei toegerust

Perspectief

Ga je mee op stap met mij
ik ben op zoek naar leukigheid
Lukt het morgen, ben je vrij
Hoe laat gaan we? Noem een tijd

Deuren dicht de vensters open
ik koekeloer naar jou naar mij
Levend live, stille hopen
op een kleedje in de wei

Draadloos kletsen is nu norm
ik droom de toekomst ver vooruit
Aan het einde van de storm
samen achter ’n enkel ruit

De negende

In september vallen blaad’ren
in september schijnt de zon
in september klopt de herfst
met daadkracht aan de regenton

In september spinnen webben
in september avondlicht
in september branden kaarsen
schuiven de gordijnen dicht

In september breken kleuren
in september sterft het blad
in september raast de wind
en in september wordt het nat