Ver van mijn bed

De zilveren serveerschaal verscheen langzaam in zijn gezichtsveld en onttrok Louis’ blik aan bladzijde vierentachtig van het notariële stuk dat hij deze middag onafgebroken aan het bestuderen was. Hij keek naar de envelop en vervolgens in Hendriks asgrijze ogen. Zijn butler sloeg zijn ogen neer. Ook hij had het handschrift herkend.

Louis liet het lijvige dossier met een plof in zijn schoot vallen, nam de envelop van de schaal en verbrak in dezelfde beweging het koraalrode zegel.
“Daar gaan we weer Hendrik”, zuchtte Louis:

Louis, ik verwacht jou en mijn kleinzoon morgenochtend om nul-zevenhonderd uur in de salon, tenue de ville.

“Och, hoe komt mama zo matineus, Hendrik?
Papa én zijn genen blijken voor mij buitengewoon dominant te zijn geweest.”

Zeeën van tijd

De verrassing van de dag, misschien wel van het jaar, lag in de speelkamer: mijn vader deed de deur zachtjes open en daar lag … een rubberboot! Ik was overdonderd dat mijn broer, zus en ik hem ‘zomaar’ kregen. Er was plaats voor tweeënhalf persoon in de wit met blauw en rode boot.

De woensdagmiddagen in de boot leken eindeloos. Met biscuitjes en een fles limonade gingen we aan boord en peddelden naar de brug van de spoorwegovergang. Daar dobberden we en verkneukelden ons op het moment dat de trein over het spoor boven ons zou razen. Een weergaloos gevoel.
Aan het betonnen plafond hingen miniatuur stalactieten. Pas jaren later, in de grotten van Han, leerde ik ze van naam kennen.

Strategisch vissen

Er wordt vandaag gehengeld. Niet naar complimenten of naar steun in de coalitie, niet naar subsidies of lastenverlagingen. Nee, de lijsttrekkers hengelen rond de Hofvijver. Gewapend met een bamboehengel en een sneetje knip-wit nemen de heren hun plaatsen in.
Het lot heeft bepaald dat Wilders links zit, Jesse vist op rechts. Henk aast op de stoel van Mark. Alexander heeft er een zware dobber aan, zwijgzaam naar de kringetjes in het wateroppervlak te kijken. Buma vangt bot als hij fluisterend een visje uitgooit bij Gert-Jan. Waar blijft Marianne?

Er heerst een ongekende rust.

Aanvankelijk was Emile faliekant tegen deze vorm van volksvermaak maar moet, na het tellen van de vissen, toegeven dat hij het vissersdebat als zeer plezierig heeft ervaren.

Sores

Sinds m’n dochter in Kleine Max’ hompetent werkt, heb ik heel wat gajes over de vloer gehad. Zolang ze maar van het houtje waren, vond mijn Arie het prima. Maar vaak hield ik m’n hart vast. Ik heb van alles zien langskomen: blitskikkers, klotenklappers, dallesdekkers, kaaljakkers… Ach, ja… Koen, dat was een leukerd. Geinponem eerste klas. Maar de rest!
De ergste was Lowie, een geheimschrijver van heb ik jou daar. Geen idee van zijn schore, maar hij zat goed in de slappe was. Aangekleed gaat uit, weet je wel. Totdat bleek dat mijn meissie een blinde passagier had.
“Die bijrijder kan niet van mij zijn. Ik ben zoon van een Friese staartklok!”, jankte die miesgasser.
Eén wip, twee keer genaaid ……

Hop paardje hop

Iedere woensdagmiddag, na de zwemles, stond Rick bij het fietsenrek om hem te griepen. Hij gaf Frankie flink op z’n tokes. Al fietsend droogde Frankie zijn tranen. Het werd tijd om die plegiskop op zijn zielement te geven!
Met zijn vader keek hij naar The Godfather. Zijn moeder vond die films niks voor Frankie, maar pa zei dat zij er geen sjoege van had. De praktijken van de familie Corleone spraken tot Frankies verbeelding.

Na een kwartiertje struinen op zolder had hij gevonden wat hij zocht. Hij brak het hoofd van de stok en nam de benenwagen naar Ricks huis.

Juf werd gallish toen Rick, op donderdagochtend in de kring, vertelde dat hij op zijn hoofdkussen een paardenhoofd had gevonden.

Met deze 120w heb ik het, met nog 21 andere inzenders, tot de shortlist van de ‘schrijfwedstrijd misdaad’ geschopt. Tikkeltje trots!