Verloren zoon

Verbleekte trots het hoofd gebogen
tranen smakken op haar borst
toekomstdromen voorgelogen
niet te stillen heimwee-dorst

Zij was zijn anker, zijn kompas
hij leerde lopen door te vallen
bepaalde eigen koers alras
een gevolg van honderdtallen

Zijn heengaan heeft haar hart gebroken
zoekt de scherven van geluk
van warmte en van licht verstoken
gebukt onder haar harde juk

Haar handen grijpen vangen zuchten
in de leegte met een snik
van geen mens nog iets te duchten
onverholen holle blik

De mensheid eigent zich haar lijden
en verdriet is hemelsgroot
om het volk te doen bevrijden
is haar godenzoon nu dood

Lofdicht op Piëta, werk van Joop Witteveen.
Afbeelding van Galerie Peter Leen

Fietsplezier

Het belooft een tropische dag te worden. Om de warmte voor te blijven loop ik mijn dagelijkse rondje (voor mijn doen, tijd is een relatief begrip 😉 ) op tijd in de ochtend. Even na achten is het druk op straat met kinderen die, soms samen met hun vader of moeder, op weg zijn naar de basisschool.

Broertje en zusje snellen op hun step (die griezelige met kleine wieltjes, die naar mijn idee ieder moment in een kier tussen de tegels vast kunnen komen te zitten, brrr) over de stoep. Een blond kereltje komt slippend op zijn mountainbike tot stilstand voor de haaientanden, ongeduldig omkijkend of zijn moeder en kleine zusje al een beetje opschieten. Twee zusjes met de tas op hun rug gaan keuvelend voorbij. Ouders op met schooltassen behangen fietsen, kinderzitje-voor en kinderzitje-achter, een enkeling op een bakfiets.

Bij het kruispunt is het voor alle partijen zaak goed op te letten. Het is duidelijk dat deze route dagelijks wordt afgelegd en dat de jonge fietsers stukje bij beetje worden opgeleid tot volleerde verkeersdeelnemers. “Kunnen we oversteken?”, “Ja, nu kan het!”, “Ho even, die auto mag eerst!” en meer van dit soort aanwijzingen hoor ik door de warme lucht dwarrelen. Op verschillende toonhoogtes en volumes.

En ik herken die stressmomentjes voor vaders en moeders al te goed: ik voelde me soms net als de vlaggetjes die aan sommige kinderfietsen zijn vastgemaakt: je wappert achter de feiten én kinderen aan. Want als zij de pedalen eenmaal hebben gevonden, gaan ze er vaak vol gas vandoor. En als er dan nog een driewielende dochter naast je fietst (die zich een slag in de rondte trapt om die kleine wieltjes te laten draaien), hoop je maar dat andere ouders de zorgen bij het kruispunt even van je overnemen. En gelukkig werkt dat ook zo. In kleine stappen loslaten, met een beetje hulp van medestanders.

De stijlprijs van deze ‘ochtendspits’ gaat zonder twijfel naar het meisje dat mij tegemoet komt fietsen: vlak voor het kruispunt steekt zij netjes haar linkerhand uit, om daarna zelfverzekerd de bocht naar rechts te maken.

De cursus ís begonnen, er moeten alleen nog een paar puntjes op de i worden gezet.

Fier

Het leven is donker
het leven is licht
het leven is prachtig
en soms geen gezicht

Verbinding verbroken
geen koffie geen thee
geen knuffels geen kussen
valt tegen niet mee

Zoek steun op de tast
hou vast in bange dagen
op eigen benen wiebelen
samen sterk verdragen

Zonlicht van lente
wakkert aan levenslust
gidst ons uit de schemering
recht, op groei toegerust

Perspectief

Ga je mee op stap met mij
ik ben op zoek naar leukigheid
Lukt het morgen, ben je vrij
Hoe laat gaan we? Noem een tijd

Deuren dicht de vensters open
ik koekeloer naar jou naar mij
Levend live, stille hopen
op een kleedje in de wei

Draadloos kletsen is nu norm
ik droom de toekomst ver vooruit
Aan het einde van de storm
samen achter ’n enkel ruit