Speelkwartier

Er is veel te ontdekken op het opgeknapte schoolplein: nieuwe speeltoestellen, klim- en klauterrekken en genoeg ruimte om wat rond te hangen. Er zijn boompjes aangeplant die in het voorjaar een natuurlijke afscheiding zullen vormen tussen de verschillende delen van het plein. Een groep kinderen rent druk heen en weer, er wordt gepraat, gejoeld en gelachen. Een paar meisjes kletsen met hun juf (of met de pleinwacht, het verschil kan ik zo gauw niet zien maar ze is vast en zeker lief).

Dan zie ik haar staan. Aan de andere kant van het plein, naast het houten huisje dat met hetzelfde gemak voor winkeltje of marktkraam door kan gaan. Roze jas, blonde haren. Verrukt staart zij omhoog, naar de lucht waar de donkergrijze wolken net uiteen zijn gedreven. En ze lacht. Ik volg haar blik en zie wat haar betovert. Drie V-formaties van vogels vliegen hoog boven de kale boomtakken door de hemelsblauwe lucht.

De bel van de pleinwacht wekt haar uit haar droomwereld en zij fladdert over de tegels naar haar juf en klasgenootjes toe. Gelukkig zijn ze er nog, de dromers. 

Onder constructie

‘De status van uw bestelling is bijgewerkt’, mailde de klantenservice mij vandaag. Onze slaapkamer ondergaat een upgrade en een van de kersen op de klustaart is de nieuwe raambekleding. Ik haastte mij naar het winkelwarenhuis om de nieuwe gordijnen op te halen.

Met de verduisterende doeken op de achterbank gedrapeerd, reed ik als een kind zo blij verder de stad in om een sinterklaaskadootje te ruilen. Ja, de Sint was op tijd dit jaar. Afgelopen weekend bracht hij ons een bezoek en had surprises, rijmen en lekkers voor ons mee. Ik had precies gekregen wat ik wenste, maar had mij bij het invullen van mijn verlanglijstje in de afmetingen van het fotolijstje vergist.

En zo kwam ik na lange tijd weer eens in de binnenstad. Het leuke daarvan is, dat er altijd wel iets is veranderd sinds een vorig bezoek. In het pand waar eerst de bank, mijn vroegere werkgever, was gevestigd, huist nu een casino. Ook een locatie voor het grote geld, maar dan anders.

In een ander pand werd gewerkt, een beetje hoe Pietjes dat kunnen: Ik hoorde wel iets, maar zag niemand. Het enige daglicht dat het pand binnen scheen, kwam door de rechthoekige opening in de gevel. Het deed denken aan een monster met gebrekkig gebit: wel brullen maar niet bijten. “Niet lullen maar poetsen”, dachten de bouwvakkers, en zij jekkerden er lustig op los.

Met stofwolken vormden zij rookgordijnen, die uiteindelijk weer zullen neerdalen. Met stof Mila zijn de onze gemaakt, om ons te kunnen afsluiten van de soms donkere buitenwereld. En in de ochtend het heldere zonlicht weer binnen te laten.

Sprookjesdroom

Eens komt de dag dat
ik zal schitteren in salons
waar dames in galajurken
en heren in gesteven pantalons
op gedempte toon spreken over
aardse problemen en proosten
op de goede afloop van een
slepend conflict in het Verre Oosten
Ik zal onvermoeibaar stralen
in paleizen of kastelen
waar prinsjes en prinsesjes
koninklijk verstoppertje spelen
Op een spiegelgladde houten vloer
zwieren ruisende rokken
walst wijn in kelken van kristal
tot de eregast uit de balzaal is vertrokken
Waar de glans van de juwelen
weerkaatst in mijn armaturen
en mijn betoverend schijnsel
glans geeft aan heimelijke avonturen

Niet voor alle kroonluchters
worden dromen werkelijkheid
Al is de lucht voor iedereen
een kroon past slechts de majesteit
Deze luchter-telg bleek voorbestemd
voor een slaapkamer van vier bij twee
zag zijn lichtend leven niet meer dan
studieboeken, vale jeans en een zwartwit tv
Alle hoop op beter is vervlogen
de kroon staat in de openlucht
Wordt niet langer meer bewonderd
slechts als tijdelijk trottoir-accessoire geduld

Verloren zoon

Verbleekte trots het hoofd gebogen
tranen smakken op haar borst
toekomstdromen voorgelogen
niet te stillen heimwee-dorst

Zij was zijn anker, zijn kompas
hij leerde lopen door te vallen
bepaalde eigen koers alras
een gevolg van honderdtallen

Zijn heengaan heeft haar hart gebroken
zoekt de scherven van geluk
van warmte en van licht verstoken
gebukt onder haar harde juk

Haar handen grijpen vangen zuchten
in de leegte met een snik
van geen mens nog iets te duchten
onverholen holle blik

De mensheid eigent zich haar lijden
en verdriet is hemelsgroot
om het volk te doen bevrijden
is haar godenzoon nu dood

Lofdicht op Piëta, werk van Joop Witteveen.
Afbeelding van Galerie Peter Leen

Fietsplezier

Het belooft een tropische dag te worden. Om de warmte voor te blijven loop ik mijn dagelijkse rondje (voor mijn doen, tijd is een relatief begrip 😉 ) op tijd in de ochtend. Even na achten is het druk op straat met kinderen die, soms samen met hun vader of moeder, op weg zijn naar de basisschool.

Broertje en zusje snellen op hun step (die griezelige met kleine wieltjes, die naar mijn idee ieder moment in een kier tussen de tegels vast kunnen komen te zitten, brrr) over de stoep. Een blond kereltje komt slippend op zijn mountainbike tot stilstand voor de haaientanden, ongeduldig omkijkend of zijn moeder en kleine zusje al een beetje opschieten. Twee zusjes met de tas op hun rug gaan keuvelend voorbij. Ouders op met schooltassen behangen fietsen, kinderzitje-voor en kinderzitje-achter, een enkeling op een bakfiets.

Bij het kruispunt is het voor alle partijen zaak goed op te letten. Het is duidelijk dat deze route dagelijks wordt afgelegd en dat de jonge fietsers stukje bij beetje worden opgeleid tot volleerde verkeersdeelnemers. “Kunnen we oversteken?”, “Ja, nu kan het!”, “Ho even, die auto mag eerst!” en meer van dit soort aanwijzingen hoor ik door de warme lucht dwarrelen. Op verschillende toonhoogtes en volumes.

En ik herken die stressmomentjes voor vaders en moeders al te goed: ik voelde me soms net als de vlaggetjes die aan sommige kinderfietsen zijn vastgemaakt: je wappert achter de feiten én kinderen aan. Want als zij de pedalen eenmaal hebben gevonden, gaan ze er vaak vol gas vandoor. En als er dan nog een driewielende dochter naast je fietst (die zich een slag in de rondte trapt om die kleine wieltjes te laten draaien), hoop je maar dat andere ouders de zorgen bij het kruispunt even van je overnemen. En gelukkig werkt dat ook zo. In kleine stappen loslaten, met een beetje hulp van medestanders.

De stijlprijs van deze ‘ochtendspits’ gaat zonder twijfel naar het meisje dat mij tegemoet komt fietsen: vlak voor het kruispunt steekt zij netjes haar linkerhand uit, om daarna zelfverzekerd de bocht naar rechts te maken.

De cursus ís begonnen, er moeten alleen nog een paar puntjes op de i worden gezet.