Fietsplezier

Het belooft een tropische dag te worden. Om de warmte voor te blijven loop ik mijn dagelijkse rondje (voor mijn doen, tijd is een relatief begrip 😉 ) op tijd in de ochtend. Even na achten is het druk op straat met kinderen die, soms samen met hun vader of moeder, op weg zijn naar de basisschool.

Broertje en zusje snellen op hun step (die griezelige met kleine wieltjes, die naar mijn idee ieder moment in een kier tussen de tegels vast kunnen komen te zitten, brrr) over de stoep. Een blond kereltje komt slippend op zijn mountainbike tot stilstand voor de haaientanden, ongeduldig omkijkend of zijn moeder en kleine zusje al een beetje opschieten. Twee zusjes met de tas op hun rug gaan keuvelend voorbij. Ouders op met schooltassen behangen fietsen, kinderzitje-voor en kinderzitje-achter, een enkeling op een bakfiets.

Bij het kruispunt is het voor alle partijen zaak goed op te letten. Het is duidelijk dat deze route dagelijks wordt afgelegd en dat de jonge fietsers stukje bij beetje worden opgeleid tot volleerde verkeersdeelnemers. “Kunnen we oversteken?”, “Ja, nu kan het!”, “Ho even, die auto mag eerst!” en meer van dit soort aanwijzingen hoor ik door de warme lucht dwarrelen. Op verschillende toonhoogtes en volumes.

En ik herken die stressmomentjes voor vaders en moeders al te goed: ik voelde me soms net als de vlaggetjes die aan sommige kinderfietsen zijn vastgemaakt: je wappert achter de feiten én kinderen aan. Want als zij de pedalen eenmaal hebben gevonden, gaan ze er vaak vol gas vandoor. En als er dan nog een driewielende dochter naast je fietst (die zich een slag in de rondte trapt om die kleine wieltjes te laten draaien), hoop je maar dat andere ouders de zorgen bij het kruispunt even van je overnemen. En gelukkig werkt dat ook zo. In kleine stappen loslaten, met een beetje hulp van medestanders.

De stijlprijs van deze ‘ochtendspits’ gaat zonder twijfel naar het meisje dat mij tegemoet komt fietsen: vlak voor het kruispunt steekt zij netjes haar linkerhand uit, om daarna zelfverzekerd de bocht naar rechts te maken.

De cursus ís begonnen, er moeten alleen nog een paar puntjes op de i worden gezet.

Slaapkamergeluk

De deur gaat een klein stukje open, een hand krult zich om de deur en plakt daar een beschreven a4tje tegenaan. Strekking: blijven liggen en wacht op wat komt. Aan die opdracht is makkelijk te voldoen.

In het bovenlicht van de deur doemt een glanzend folie op. Zacht gemompel en voorzichtige voetstappen op de vloerbedekking van de overloop.

Gelijk met het opengaan van de deur klinken twee harde knallen en voordat wij goed en wel beseffen wat er gebeurt, ligt ons bed bezaaid met confetti. Door het gouden glittergordijn stappen zoon en dochter onze kamer in: ‘Goedemorgen!’. Ook de slingers voor dit feestje hoeven wij niet eens zelf op te hangen.

Gelijk met de humor, die op straat ligt, hangt de liefde hier in de lucht. Met als resultaat deze verrassende start van onze bruidsdagen. Het aftellen is begonnen.

Zo’n dag

Vaders met vliegers en moeders met schepjes. Gelaarsde kinderen met zonder jas stampen in de branding, die er vandaag kalm en tevreden bij ligt. Ook de zee heeft recht op een vakantiedag.

Het water kabbelt net zo gemoedelijk als de wandelaars over het zand kuieren. Honden proberen hun sportieve baasjes voor te blijven, al is iedere andere soortgenoot een aangename onderbreking van de tempo-loop. Er wordt gestoeid, geroepen, iets harder geroepen en na oorverdovend gefluit gaat uiteindelijk iedere viervoeter zijn weg. Ondertussen strooit de zon duizenden diamanten over het lichtgolvende zeewater uit.

We klimmen de trap van de strandtent omhoog, gaan op het terras in de zon en uit de wind zitten. Er zit zand in mijn schoenen en warmte kriebelt op mijn neus.

“Wilt u iets drinken?”

Deze dag staat bol van goede ideeën.

Over mijn theewater

Mobiele telefoons. Ik vind het een mooie uitvinding, gebruik de mijne met regelmaat, maar heb een hekel aan ze wanneer ze voor hun beurt trillen, piepen of praten.

De handzame apparaten zijn onze samenleving binnengedrongen. Bij overmatig gebruik woekeren zij in relaties en wakkeren ergernissen aan. Bij huis-, tuin- en keukengesprekken met bijvoorbeeld een goede vriendin kan dat een beetje vervelend zijn. Je hebt koffie gezet, de koektrommel open op tafel staan en tijd om bij te praten. Als dan een van beide telefoons op tafel begint te bibberen en blijkt dat schoolgaande zoon of dochter contact zoekt, dan neem je toch op.

In zakelijke gesprekken wordt het vervelender. De tijd die is ingeruimd voor overleg zijn kostbare uren en zullen ook als zodanig moeten worden gebruikt. Wanneer vier personen zich stil moeten houden omdat de vijfde een oproep krijgt, die losstaat van hetgeen besproken wordt, kost dat vijf maal vijf minuten à € …. exclusief bijkomende irritaties. Dan praat je -of jouw werkgever- wel anders.

De overtreffende trap van deze twee voorbeelden beleefde ik vorige week. Ik had een afspraak met en bij de huisarts. Halverwege het gesprek ging de mobiele telefoon van de dokter over. Hij nam op. Vond ik vreemd. Vreemder werd het, toen ik een vrouwenstem aan de andere kant van de draadloze lijn vragen hoorde stellen over het gebruik van huishoudelijke apparatuur. Met ontzetting volgde ik het verloop van het gesprek. Ik schat dat het gesprek hooguit anderhalve minuut duurde, en in die tijd heb ik drie keer overwogen mijn tas te pakken om de spreekkamer te verlaten. Drie keer ook gedacht dat ik maar beter kon blijven zitten. Onderweg naar huis had ik al spijt dat ik niet was opgestapt.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto: een zelfgemaakte foto, thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.