Nog even

Zwalkend tussen licht en
duister tussen wat te
willen en te zijn

In gedachten in het
lentegroen van het jonge
bos eet een broodje

naast een zwam de
eekhoorn knort je deelt
met hem jouw brood
en gedachten zijn staart
krult sierlijk als hij
schijnbaar gewichtsloos de majestueuze

eikenboom omhoog rent
een zonnestraal
een merel
een schaduwspel van jonge blaadjes

Je blijft nog even


Rood

Rood is de warmte 
van de kachel 
die hij voor haar  
behaaglijk heeft opgestookt 
het gedroogde vurenhout 
door hem gekapt 
een jaar geleden 
Rood zijn de wangen 
van hun alles 
na een winterse 
wandelwagenwandeling  
door het bos 
 
Rood is de maaltijd 
van tomaat en bouillon  
geduldig door haar getrokken 
opgediend in oma’s soepterrine 
 
Rood is de zakkende zon aan zee 
die de middag vaarwel kust  
de avond verwelkomt 
aan het einde van weer een dag 
om in te lijsten 
Rood is de liefde tussen hem en haar