Houvast

Hier ben je
uniek
In het oog van de storm
Alle pijlen op jou gericht
geschoten

Dichte mist ontneemt
het zicht
de stilte raast
het onbekende jaagt
Rust is ver, rumoer
alom

Hier ben je
Wanhopig zoekend
naar steun en klaarte
Een gids die jou leidt naar
helderheid

Een warme knuffel biedt
troost, een vlucht
naar vroeger in het nu
Zoete herinneringen
Een houvast
in bange dagen

Advertentie

Weg

Buurman is dood
de straat in rouw
verdriet om gemis
van zijn kinderen en vrouw

Vandaag tuin aan tuin
als schouder aan schouder
goede buren zijn niet ver
van jong tot oud en ouder

De wind aait vlaggen
halfweg in de mast
voor door velen gemiste
graag geziene gast

Het nonnetje van Maria

Ze was in de war. Kwam vaak naar haar oudste zus en haar zwager. Om te praten, te luisteren, te huilen. Om troost te zoeken en soms te vinden. In de laatste jaren van haar leven was ze niet gelukkig. Helemaal niet gelukkig.

Kado

Het nonnetje is van klei en glad geglazuurd. Een donkergroen, welhaast zwart habijt. Aan het beeldje is te zien dat het een vriendelijke nonnetje moet zijn geweest, al heeft haar roodbruine gezichtje grove trekken. Mijn tante bracht het bij mijn eerste heilige communie voor mij mee. Het kreeg een prominente plaats in mijn met zorg ingerichte letterbak.Ik vertrok, mijn letterbak verdween, maar het nonnetje nam ik mee.

Weerzien

En vanmorgen zag ik haar weer: Ik zocht iets in een kistje op mijn nachtkastje en daar lag ze. Ik pakte haar op en als vanzelf kromden mijn vingers zich om het kleine hoopje klei. Mijn gesloten vuist, een liefdevol omhulsel.

Gedachten dwaalden door mijn herinneringen.

Mijn lieve tante. Een slimme meid die op haar toekomst was voorbereid. Had de H.B.S. doorlopen en werkte als laborante op de afdeling van het streekziekenhuis waar E.C.G.’s werden gemaakt. Die het Duits en het Nederlands prachtig door elkaar wist te husselen en te kneden tot een komisch geheel. Haar gegrinnik, dat ik nu nog herken bij een jongere tante.

Mooi en netjes

Mijn tante hield van mooi en netjes. Haar piano, haar witte huis in de bossen. De rood met wit geruite keukengordijntjes. Haar mooi gesneden houten sigarettenkistje op de salontafel. De Lux-zeepjes in de slaapkamer. Jammerlijk bleef ze vrouw-, zus- en tante-van. Dat geen kind haar ooit mama mocht noemen, was een onmetelijk groot verdriet.

Ein bischen slordig

Het nonnetje staat nu naast het kistje, onder de schemerlamp. Tussen andere hebbedingen en snuisterijen die in een letterbak niet zouden misstaan. Al ze kon, zou mijn tante de verzameling op m’n nachtkastje bekijken en grinniken: ‘Wel ein bischen slordig.’

Precies goed dus.

Omarm me

De stress had haar lichaam in zijn greep. Alle spieren en pezen stonden op knappen. Om van haar hersenen maar niet te spreken. Een snelkookpan, dat was ze geworden. Als iemand, met een lief gebaar of aardig woord, de deksel maar een kléin stukje zou optillen, stond Lenneke niet in voor de gevolgen. Bang voor de dijkdoorbraak en de daaropvolgende stortvloed van ellende, hield zij zich groot.
Angst, razernij en verdriet vochten om de beste plaats in haar brein. Aan boord van haar persoonlijke machinekamer terroriseerden zij haar functioneren. Ze had alles geprobeerd om hen te overmeesteren, maar moest erkennen dat ze niet bij machte was deze bom op eigen kracht te ontmantelen. Ze zocht hulp.
Hij omarmde haar verdriet.