Verloren zoon

Verbleekte trots het hoofd gebogen
tranen smakken op haar borst
toekomstdromen voorgelogen
niet te stillen heimwee-dorst

Zij was zijn anker, zijn kompas
hij leerde lopen door te vallen
bepaalde eigen koers alras
een gevolg van honderdtallen

Zijn heengaan heeft haar hart gebroken
zoekt de scherven van geluk
van warmte en van licht verstoken
gebukt onder haar harde juk

Haar handen grijpen vangen zuchten
in de leegte met een snik
van geen mens nog iets te duchten
onverholen holle blik

De mensheid eigent zich haar lijden
en verdriet is hemelsgroot
om het volk te doen bevrijden
is haar godenzoon nu dood

Lofdicht op Piëta, werk van Joop Witteveen.
Afbeelding van Galerie Peter Leen