Over mijn theewater

Mobiele telefoons. Ik vind het een mooie uitvinding, gebruik de mijne met regelmaat, maar heb een hekel aan ze wanneer ze voor hun beurt trillen, piepen of praten.

De handzame apparaten zijn onze samenleving binnengedrongen. Bij overmatig gebruik woekeren zij in relaties en wakkeren ergernissen aan. Bij huis-, tuin- en keukengesprekken met bijvoorbeeld een goede vriendin kan dat een beetje vervelend zijn. Je hebt koffie gezet, de koektrommel open op tafel staan en tijd om bij te praten. Als dan een van beide telefoons op tafel begint te bibberen en blijkt dat schoolgaande zoon of dochter contact zoekt, dan neem je toch op.

In zakelijke gesprekken wordt het vervelender. De tijd die is ingeruimd voor overleg zijn kostbare uren en zullen ook als zodanig moeten worden gebruikt. Wanneer vier personen zich stil moeten houden omdat de vijfde een oproep krijgt, die losstaat van hetgeen besproken wordt, kost dat vijf maal vijf minuten à € …. exclusief bijkomende irritaties. Dan praat je -of jouw werkgever- wel anders.

De overtreffende trap van deze twee voorbeelden beleefde ik vorige week. Ik had een afspraak met en bij de huisarts. Halverwege het gesprek ging de mobiele telefoon van de dokter over. Hij nam op. Vond ik vreemd. Vreemder werd het, toen ik een vrouwenstem aan de andere kant van de draadloze lijn vragen hoorde stellen over het gebruik van huishoudelijke apparatuur. Met ontzetting volgde ik het verloop van het gesprek. Ik schat dat het gesprek hooguit anderhalve minuut duurde, en in die tijd heb ik drie keer overwogen mijn tas te pakken om de spreekkamer te verlaten. Drie keer ook gedacht dat ik maar beter kon blijven zitten. Onderweg naar huis had ik al spijt dat ik niet was opgestapt.

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto: een zelfgemaakte foto, thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Een gegeven mobiel

Ik hoorde gisteravond iemand in een nieuwsprogramma zeggen, dat gemeente Den Haag mobiele telefoons uitdeelt aan kinderen in arme gezinnen. En even was ik benauwd dat ik nu toch de zuurpruim ben geworden, die ik nooit had willen zijn.

Maar ho eens even, dit is toch op z’n zachtst gezegd raar?

Want het is alom (in ieder geval bij mij) bekend dat ieder mens, groot of klein, beter op zijn spullen past wanneer hij of zij die zelf heeft gekocht. Je wéét hoeveel geld je er voor betaald hebt en je weet nóg beter hoeveel moeite je ervoor hebt gedaan het bedrag elkaar te sparen.
Onze drie kinderen hebben ook een mobiele telefoon. Zij hebben gewerkt en gespaard en met dat geld hun telefoon gekocht. Ze haalden het niet in hun hoofd er een abonnement bij aan te schaffen: veel te duur! Binnen heel korte tijd wisten ze precies waar er wel en geen wifi was. Op de fiets, tussen twee gratis internetbronnen in, hadden ze even geen bereik. Dat vond ik eerlijk gezegd wel prettig, zo hadden ze meer oog voor het verkeer.

Kahoot

Er is een leven zonder mobiel. Echt. In het bericht werd gezegd dat de kinderen zonder mobiel dingen zouden missen in de klas. Ik heb het aan onze keukentafel -bij de doelgroep- even nagevraagd, maar zij vonden dat ‘nergens op slaan’. Het ergste wat kan gebeuren is dat een mobiel-loze leerling niet kan meedoen met een Kahoot-quiz. Al is dat met een laptop van school eenvoudig op te vangen.

In beweging

In dit artikel stelt Jos Warmerdam van stichting Leergeld, dat de gemeente met de gratis telefoon “de kinderen uit arme gezinnen uit hun isolement wil halen”. Zou dat niet veel beter lukken, wanneer het geld wordt besteed aan een lidmaatschap van een sportvereniging? Dan krijg je de ‘meer-bewegen-bonus’ er gratis bij.

Mevrouw Klijnsma zegt in hetzelfde artikel dat het abonnement na vier jaar (“als ze zelf gaan geld verdienen met een bijbaantje”) afloopt. Hoezo ‘als’? En waarom zouden de kinderen niet al eerder een bijbaantje kunnen hebben? Ik vind het nog altijd zonde dat de leeftijd voor kinderen om te mogen werken op 13 is bepaald. Waarom mag een kind van tien of elf geen kranten bezorgen?

Werken en leren

In onze omgeving is veel werk te verrichten, onder andere in de bloembollenteelt. Van het op jonge leeftijd meewerken (een paar uurtjes maar hoor, niet van zeven tot zes) leer je zo ontzettend veel. En als je zo jong bent, hóef je nog niet alles goed te doen, maar je leert. Je leert op tijd op het werk te zijn, je leert door te gaan ook als je het even zat bent, je leert luisteren naar ouderen die niet je vader en moeder zijn. Je leert dat je naar de wc gaat ‘in je eigen tijd’ en je leert stapje voor stapje wat het is om verantwoordelijkheid te hebben. En als je nog jong bent, laat zeggen tien jaar, mag je na twee uurtjes werk op een dag heus stoppen. Maar aan het einde van de week krijg je op vrijdagmiddag wél dat mooie bruine envelopje, met daarin je verdienste van die week mee naar huis. Ik kan dat gevoel zo weer oproepen, wat voelde dat goed!

Sparen en plukken

bruine-loonzakjes-65-x-105-mm-uit-70-grams-casing

Loonzakje, afbeelding van http://www.zakkendiscount.nl

Ach mevrouw Klijnsma, laat die mobieltjes maar zitten. En laat de kinderen die dat willen, aan de slag gaan: ze sparen hun mobiele telefoon op eigen kracht bij elkaar, ze denken wel drie keer na voordat ze er een abonnement bij aanschaffen en ze leren wat het is om te werken.

Daar plukken we uiteindelijk allemaal, zuurpruim of niet, de vruchten van.

 

 

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Gaar

“Wie een hamburger, jongens?” Geert presenteerde de doorbakken schijf en veegde zweetdruppels van zijn gegroefde voorhoofd.
“Jongens!” Net als zo vaak was ook nu het idee leuker dan de uitvoering. Zijn drie zoons waren in beslag genomen door hun iPhones en Samsungs en hadden geen live-verbinding met hun eigen vlees en bloed. Geert nam zijn Nokia uit zijn schort, maakte een foto en verstuurde de afbeelding in de groepsapp van zijn gemankeerde gezin. Anna had drie maanden geleden de groep verlaten.

“Hee jongens, vlees!” Joost sprong overeind en kwam glunderend met een bord in zijn gestrekte armen naar zijn vader toelopen.
“Lekker pap!”
“Mooi jongen.”
Met een brok in zijn keel viste Geert de saté uit de marinade. Volgende ronde.