Achtbaan tweeduizend zeventien

20170404_135113

De eerste paar maanden van dit jaar voelden voor mij als de klim die een achtbaan op het eerste stukje van de rit maakt: het geratel van de takels maakt een hoop lawaai, maar verder gebeurt er niet zo veel. En dan, het geratel stokt en het karretje komt heel even stil te staan, mijn hart doet mee. Een diepe teug adem en ……. zzzzoeff daar ga ik, over het dode punt heen, met een bloedgang het tweede kwartaal in.

Lachen is gezond

Als ieder jaar is dat kwartaal met een hoop grappen en grollen van start gegaan. Ook de natuur lacht, ze lacht ons toe. De zon laat zich vandaag van haar beste kant zien en de lucht staat bol nieuwe levensenergie. Dáár wil ik bij zijn, dus trek ik mijn wandelschoenen aan en ga eropuit.

De bomen dragen hun bloesem met trots. Knoppen staan op springen en de vogels kwetteren alsof ze allemaal groot nieuws te vertellen hebben.

Ambassadeurs van de lente

Maar de mooiste ambassadeurs van de lente staan op het land: de bloeiende bloembollen. Ver voor de winter in strakke rijen geplant, toegedekt met stro om ze beschermen tegen de (dit jaar niet zo winterse) koude. En nu, in het voorjaar bekennen ze kleur én geur.

De hyacinten in hun vele tinten, op de foto in blauw, wit en roze. De narcissen kleuren de velden geel en wit. En over een paar weken bloeien ook de tulpen in al hun glorie. Ik ben bevooroordeeld, ik weet het, maar het is een pracht.

Kleurrijk ondersteboven

Nu houdt niet iedereen van wandelen, dat snap ik. Voor diegenen die de bloemenpracht van dichtbij willen zien maar liever niet te voet lang ’s Heerens wegen gaan, heb ik misschien een leuke tip: In de Poldertuin (ook wel ‘Klein Keukenhof’ genoemd) in Anna Paulowna zijn vele verschillende soorten bollen geplant.

Een kleurrijke attractie voor bloemen- en/of tuinliefhebbers. Eentje waar je wel van ondersteboven raakt, maar in ieder geval niet misselijk van wordt.

 

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Kleur & kiezen

20170314_100641

Zaterdag heb ik ze gekocht. Ze stonden met velen en in vele kleuren in veilingkarren voor de winkel. ‘Drie halen, vier euro betalen’, las ik op het A4-tje . Resoluut pakte ik drie trays uit de kar. Ik verbaasde mezelf omdat ik mijn keuze zo snel had gemaakt en meteen sloeg de twijfel toe.

Ik heb het bij het kopen van kleding. Bij het uitstippelen van een route. Bij het bedenken op welke manier en waar we deze zomer onze vakantie zullen doorbrengen, in de stoel van de kapper en in de supermarkt: keuzestress!

Daar, op het pleintje voor de supermarkt, gierden de voors en tegens geruisloos tussen mijn oren en, zoals zo vaak, viel voor ieder argument iets te zeggen. ‘Als ik kies voor één kleur viool in de potten, straalt ons terras straks rust uit. Slechts blauw en wit in potten geplant, toont mooi en geordend. Van een bonte verzameling van kleuren word ik vrolijk.’ Wat nu?

Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent

Op de website ‘De boekenkast van’ probeert Erwin Reijers aan de hand van de inhoud van iemands boekenkast, het karakter te schetsen van de eigenaar. Ik denk dat zoiets ook opgaat voor de bloemen en planten die in iemands huis of tuin staan.

En dus was mijn keuze afgelopen zaterdag eigenlijk helemaal niet zo moeilijk: ik nam van alle kleuren een traytje mee. Want ik ben niet geordend, en niet altijd rustig. Bovendien wil ik helemaal niets of niemand uitsluiten. Hoe meer kleur, hoe liever ik het heb. Als er ooit een club wordt opgericht voor ‘de multi-gekleurde bloembak en dito tulpenvaas’, sluit ik me er graag bij aan.

De keuze die ik morgen mag maken is lastiger. In het stemhokje mag ik echt maar één rondje inkleuren…. en binnen de lijntjes, ook nog.

Wie zet morgen de bloemen buiten?

Ik ben heel benieuwd welke partij morgenavond de bloemen mag gaan buitenzetten. En hoe bont de verzameling de komende vier jaren in de Tweede Kamer zal zijn.

Kleuren voor volwassen. Hopelijk doet iedereen mee.

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.

Valentijnsdag

Maandenlang heb ik achterin de kast gestaan. Klem tussen twee afzichtelijke bloempotten, waarvan ik kan begrijpen dat zij in een donker hoekje waren beland. Waarom ook ik tot de bannelingen behoor, snap ik eigenlijk nog steeds niet. Ander verhaal. Maar ik ben letterlijk uit de kast gekomen.
Vrolijk neuriënd greep ze mij gistermiddag totaal onverwacht bij m’n nek en liet me in een –kokend heet!- sopje glijden. Ik voelde een bruisende vloedgolf langs mijn rondingen gutsen, langs mijn hals golfde het bleekwater bij mij naar binnen. Het water was te heet voor haar zorgvuldig gemanicuurde handen. Ze liet me even weken. Mij deerde het niet, want na deze wasbeurt stond mij iets moois te gebeuren. Dat had de bontgekleurde vaas me al eens toevertrouwd. Zij had al eerder in dat hete water gelegen en mocht daarna ruim twee weken pronken op tafel! ‘Het enige wat je hoeft te doen’, zei ze, ‘is mooi staan, en je laten vullen met water en een bos bloemen. Meneer nam die toen voor mevrouw mee.’
Ik raakte opgewonden van dat vooruitzicht. Jubelde van blijdschap op het moment dat mevrouw me uit het water optilde en mij grondig boende met het gele schuursponsje. Met een gladgestreken theedoek droogde ze mij zorgvuldig af en ik kreeg de ereplaats. Daar stond ik dan: midden op de ronde keukentafel. Licht euforisch, te stralen in mijn eenvoud. Dat wil zeggen: mijn kale eenvoud.
Er klopte iets niet. Geen water. Geen bloemen.
Ik liet het mijn pret niet drukken en besloot te genieten van het moment. Ik voelde dat ik deel uitmaakte van het échte leven. Pikte “Met het oog op morgen” mee en hoorde de journalist over Valentijnsdag verhalen. Dat zou morgen, dus vandaag, zijn. Mevrouw zette de radio harder gaf meneer een stevige knuffel. ‘Hoor je dat, schat?’
Enfin. Vanmorgen wachtte mevrouw. Vanmiddag ook nog. En toen het donker geworden was, pakte ze mij liefdevol met twee handen op en mompelde in zichzelf: ’Tja, bij getrouwde mannen komt er een moment waarop ze hun vrouw gaan zien als een onderdeel van het meubilair”.
Het is donker hier.

Een monument van een Poldertuin?


Fraai ontworpen gebouwen worden rijksmonument genoemd, wanneer zij door cultuurhistorische waarde en schoonheid van nationaal belang zijn. Zou zoiets ook op tuinen van toepassing kunnen zijn? 
Ik denk niet dat de Poldertuin in Anna Paulowna van nationaal belang is, maar het heeft wat mij betreft zeker cultuurhistorische waarde.
Op het bord bij de entree staat te lezen, dat de Poldertuin van de Gemeente Hollands Kroon in 1855 is aangelegd rondom het Polderhuis, naar een ontwerp van tuinarchitect Jan David Zocher jr. Dat hij niet de eerste de beste was, getuigt van het feit dat hij ook de ontwerpen heeft gemaakt van de tuin van Paleis Soestdijk en het Vondelpark, waarvan trouwens afgelopen zaterdag de 100-jarige verjaardag uitbundig is gevierd in onze hoofdstad.

Hoe anders vergaat het zijn ontwerp in Anna Paulowna.


De Poldertuin wordt ook wel Klein Keukenhof genoemd. Waarschijnlijk omdat de gelijkenis tussen grote en kleine tuin treffend is. Waarschijnlijk ook, omdat een ieder zich in grote en kleine tuin verwondert over zoveel mooie bloeiende bollen in een prachtig aangelegde tuin. Waarschijnlijk ook, omdat in beide tuinen mensen met hart voor het bollenvak werken.

Als de, door diverse kwekers beschikbaar gestelde, bloembollen geplant worden, kunnen de vrijwilligers van de tuin rekenen op medewerking van leerlingen van het Clusius College in Schagen. Een mooie manier om de schooljeugd bij het vak te betrekken.

Maar alles lijkt anders te gaan worden: 

Er zijn plannen om de bloembollen onder een grasmat te planten.
De perken worden niet meer geschoffeld en geharkt, de natuur krijgt vrij spel op de zandgrond van het voormalig kantoorgebouw van het polderbestuur. . . . 
Alles goed en wel, maar van enige gelijkenis met de Keukenhof zal op den duur geen sprake meer zijn. De vele toeristen die jaarlijks het visitekaartje van de Polder komen bezoeken, zullen zich afvragen of ze verdwaald zijn: `Hier was toch die mooie tuin!?’ En waarschijnlijk zullen ze het na één keer voor gezien houden en het volgend voorjaar zuidwaarts naar Lisse trekken.
Jammer. Ik ben lang geen expert, slechts liefhebber. Maar het lijkt mij, dat de gemeente heel goed moet nadenken over dit raadsvoorstel. Want als de bollen eenmaal onder de groene zoden verdwenen zijn en er na een paar jaar met heimwee teruggedacht wordt aan die mooie perken met alleen bloemen en zand, wordt het een hele klus voor de groenvoorziening om al het onkruid uit de tuin te krijgen. Ik vraag me af of er dan nog vrijwilligers te vinden zijn om de handen uit de mouwen te steken. . . . 
Dat het raadsbesluit over deze tuin maar geen monumentale vergissing zal worden.






Alice in (Bloemen-) Wonderland

 

 

 

 

 

 

Aleer het land van Alice
Wonderschoon op tempex was geprikt
Zijn de makers  ervan
uit menig nachtmerrie opgeschrikt
Het beeld van Alice, de rups en een gestreepte kat
in duizend-en-één bloemen gevat

Bord barstensvol hyacinten en
een groene hoed op steeltjes
Narcissen,
geknipt voor de kroon
van Hartenkoningin,
zijn stuk voor stuk juweeltjes

‘Te laat, te laat’,
riep het Witte Konijn
‘het lijkt onmogelijk
tijdig klaar te zijn!’
Thee van de Hoedenmaker
bracht gemoederen tot bedaren
Chesire deelde zijn advies met
een glimlach en poetste
onderwijl
zijn snorharen

Men prikte, men knipte
de bloemen
tot pracht mozaïek
een droom
werd werkelijkheid

Het is magnifiek