De schrijver is een schilder

De voormalige kerk van het Noord Hollandse dorpje is nagenoeg vol. Dames en heren van mijn leeftijd en (iets) ouder zijn in afwachting van de sprekende schrijver. Gemoedelijk geroezemoes vult de ruimte. Ik bevind mij op onbekend terrein maar voel me op mijn gemak.

De toehoorders die boven in het gebouw een zitplaats hebben gevonden, kijken letterlijk op mij neer. In figuurlijke zin zeker niet, daarvoor zijn de blikken te vriendelijk (kan dat: té vriendelijk?). Bewust van de ogen boven mij, probeer ik, met een bibberend porseleinen koffiekopje op een bijpassende schotel, zo elegant mogelijk de vrije stoel aan het einde van de voorlaatste rij te bereiken. Het beschikbare vloeroppervlak is economisch ingericht: knieën schuiven goedschiks naar links om mij enige ruimte te geven mijn doel te bereiken. Met m’n ogen op de deinende koffie, werp ik mijn tas af en neem plaats op de rieten zitting van de houten stoel. Het doet me denken aan de pizzeria met zijn wit- met rood-geblokte tafelkleden, gegranolde witte wanden en plastic druiventrossen aan het plafond.

Klokslag acht uur maakt de schrijver zijn entree. Zijn comfortabele bruine jas heeft de kleur van de kameel op het pakje van de Camel-sigaretten. Ik haalde vroeger graag sigaretten voor mijn moeder. Op zondag fietste ik naar de drogisterij tegenover de kerk van ons dorp. Aan de buitenmuur van het winkeltje hing een sigarettenautomaat. Wanneer ik genoeg muntgeld in de kast had geworpen, trok ik met een ruk het zwarte handvat van het laatje met Pall Mall filtersigaretten open. Het wisselgeld van een dubbeltje was met plakband op het wit, blauw en roodgekleurde pakje vastgezet. Nergens op de verpakking waren waarschuwingen in dik-gedrukte zwarte letters te lezen. Tevreden rokers waren geen onruststokers.

Terwijl de schrijver zich installeert, halen vrijwilligers de lege thee- en koffiekopjes op uit het publiek. Net als stewardessen dat op grote hoogte doen, wringen ook deze dames zich in allerlei bochten om hun klus in de krappe ruimten tussen de stoelen te klaren.

Als de kopjes achter de coulissen zijn verdwenen, richten wij onze blikken op het podium. De schrijver vertelt, spreekt in mooie volzinnen en leest ons voor uit zijn werk. Ik sluit mijn ogen en waan me in Twente (ik ben afgelopen jaar wel twee hele dagen in Enschede geweest dus ik weet er iets van, heus). Humor, gedetailleerde beschrijvingen die bijna achteloos op papier lijken gezet, de herkenning en het ongemak in de verschillende scènes zweven door het kerkje.

Meerdere zinnen raken me. De mooiste van de avond komt uit een scène waarin de zoon in Nederland, door zijn moeder vanuit Caïro wordt gebeld. De jongen constateert:

 

Er zitten vogels op de lijn.

 

Schilderen met woorden. In een oud wit kerkje. Wat een droom.

 

Geluksvogels bij Ans Markus

img-20171025-wa00071886502374.jpg

Ans Markus heet ons allen hartelijk welkom op haar expositie in museum Jan van der Togt in Amstelveen. Wij, dertig geluksvogels van een lezersactie, zijn daar op uitnodiging van het Noord Hollands Dagblad.

Zij doet delen van haar levensverhaal uit de doeken. Van de windsels-schilderijen gaat ze via zelfportretten naar het vierentwintigluik van het leven. Ze verhaalt met zachte stem en geeft ons een indruk van de manier waarop zij werkt. Hoe ideeën ontstaan en zich ontwikkelen tot verhalen op het doek.

img-20171025-wa00011886502374.jpg

Het begon allemaal met haar tien jaar oudere broer, die gezichten tekende. Dat wilde Ans ook. Ze kreeg de kans portretten te tekenen op een Nederlandse markt in Franse sferen, als de tekenaars die we kennen van de Mont Martre. Een voorzichtige bron van inkomsten voor haar en haar dochtertje. Ze vertelt hoe haar dochter model stond voor de vele windsel-schilderijen, omdat zij als alleenstaande ouder geen budget had om een model te laten poseren. Toen het beter met haar ging, durfde de schilder de windsels weg te laten. Prachtige portretten. De helderheid en de kracht van de ogen maken grote indruk op mij: zo mooi, zo haarfijn en zo helder.

De windsels zijn onlosmakelijk met haar verbonden. Details zijn levensecht weergegeven op ecru-kleurig linnen. De geschilderde achtergrond vervaagt in grove penseelstreken waardoor mijn aandacht bij de gezichten blijft. Ondanks dat het een expositie is van verborgen verdriet, stralen de emoties van de geportretteerden van de doeken op mij af.

Ze schildert jong en oud: van een kleine jongen tot een medebewoonster van haar moeder in het verzorgingstehuis.

Ze verwondert jong en oud: mijn dochter en ik hebben genoten van een mooie middag in Amstelveen. Dank u wel, Ans Markus!

img-20171025-wa00041886502374.jpg

Horizon

20170918_143230

Ik sta aan het water en tuur zover als ik kan. Mijn ogen vinden de horizon. Het punt waar het zeegroen in één loodrechte lijn overgaat in hemelsblauw. Uit zee zijn twee rotsen verrezen. Of het land rondom de rots is door het eindeloos stromende water uitgesleten, waardoor het ooit vaste land nu een eiland is geworden. Ik moet me inspannen om te zien, hoe de golven stukslaan op de randen van het grootste van de twee rotsen. Maar ik zie ze. Het zonlicht beschijnt de bruisende schuimkoppen, ze lichten op aan de horizon.

Ik ben nieuwsgierig naar wat er zich buiten mijn gezichtsveld afspeelt. Hoe zal het daar zijn? Wat leeft daar en wie of wat hebben daar in het verleden rondgelopen? Benieuwd naar het onbekende, gaat mijn fantasie met mij aan de haal.

Onder mijn voeten hoor ik het ruisen. Ik kijk naar beneden, naar mijn voeten, naar de stenen en het water. Golven beuken met geweld tegen de rots op waar ik op sta: met een klap golft het water tegen de stenen, het blijft even rondtollen in een kleine inham en daarna trekt de golf zich rustig terug. Alsof het zich opmaakt voor een nieuwe aanval op de kust. Het water komt en het water gaat. Het bruisen en ruisen van de golven betoveren mij. En zo dichtbij…

20170918_161916

Waarom wil ik weten wat er is, daar waar ik het niet kan zien, met zoveel moois binnen handbereik? Het tekent mij wel, geloof ik. Steeds benieuwd naar morgen, of later nog, en vergeten dat er hier en nu ook zoveel moois te beleven valt.

Tijd voor een pas op de plaats: een leermomentje aan de kust.

Een gegeven mobiel

Ik hoorde gisteravond iemand in een nieuwsprogramma zeggen, dat gemeente Den Haag mobiele telefoons uitdeelt aan kinderen in arme gezinnen. En even was ik benauwd dat ik nu toch de zuurpruim ben geworden, die ik nooit had willen zijn.

Maar ho eens even, dit is toch op z’n zachtst gezegd raar?

Want het is alom (in ieder geval bij mij) bekend dat ieder mens, groot of klein, beter op zijn spullen past wanneer hij of zij die zelf heeft gekocht. Je wéét hoeveel geld je er voor betaald hebt en je weet nóg beter hoeveel moeite je ervoor hebt gedaan het bedrag elkaar te sparen.
Onze drie kinderen hebben ook een mobiele telefoon. Zij hebben gewerkt en gespaard en met dat geld hun telefoon gekocht. Ze haalden het niet in hun hoofd er een abonnement bij aan te schaffen: veel te duur! Binnen heel korte tijd wisten ze precies waar er wel en geen wifi was. Op de fiets, tussen twee gratis internetbronnen in, hadden ze even geen bereik. Dat vond ik eerlijk gezegd wel prettig, zo hadden ze meer oog voor het verkeer.

Kahoot

Er is een leven zonder mobiel. Echt. In het bericht werd gezegd dat de kinderen zonder mobiel dingen zouden missen in de klas. Ik heb het aan onze keukentafel -bij de doelgroep- even nagevraagd, maar zij vonden dat ‘nergens op slaan’. Het ergste wat kan gebeuren is dat een mobiel-loze leerling niet kan meedoen met een Kahoot-quiz. Al is dat met een laptop van school eenvoudig op te vangen.

In beweging

In dit artikel stelt Jos Warmerdam van stichting Leergeld, dat de gemeente met de gratis telefoon “de kinderen uit arme gezinnen uit hun isolement wil halen”. Zou dat niet veel beter lukken, wanneer het geld wordt besteed aan een lidmaatschap van een sportvereniging? Dan krijg je de ‘meer-bewegen-bonus’ er gratis bij.

Mevrouw Klijnsma zegt in hetzelfde artikel dat het abonnement na vier jaar (“als ze zelf gaan geld verdienen met een bijbaantje”) afloopt. Hoezo ‘als’? En waarom zouden de kinderen niet al eerder een bijbaantje kunnen hebben? Ik vind het nog altijd zonde dat de leeftijd voor kinderen om te mogen werken op 13 is bepaald. Waarom mag een kind van tien of elf geen kranten bezorgen?

Werken en leren

In onze omgeving is veel werk te verrichten, onder andere in de bloembollenteelt. Van het op jonge leeftijd meewerken (een paar uurtjes maar hoor, niet van zeven tot zes) leer je zo ontzettend veel. En als je zo jong bent, hóef je nog niet alles goed te doen, maar je leert. Je leert op tijd op het werk te zijn, je leert door te gaan ook als je het even zat bent, je leert luisteren naar ouderen die niet je vader en moeder zijn. Je leert dat je naar de wc gaat ‘in je eigen tijd’ en je leert stapje voor stapje wat het is om verantwoordelijkheid te hebben. En als je nog jong bent, laat zeggen tien jaar, mag je na twee uurtjes werk op een dag heus stoppen. Maar aan het einde van de week krijg je op vrijdagmiddag wél dat mooie bruine envelopje, met daarin je verdienste van die week mee naar huis. Ik kan dat gevoel zo weer oproepen, wat voelde dat goed!

Sparen en plukken

bruine-loonzakjes-65-x-105-mm-uit-70-grams-casing

Loonzakje, afbeelding van http://www.zakkendiscount.nl

Ach mevrouw Klijnsma, laat die mobieltjes maar zitten. En laat de kinderen die dat willen, aan de slag gaan: ze sparen hun mobiele telefoon op eigen kracht bij elkaar, ze denken wel drie keer na voordat ze er een abonnement bij aanschaffen en ze leren wat het is om te werken.

Daar plukken we uiteindelijk allemaal, zuurpruim of niet, de vruchten van.

 

 

 

Deze foto is gemaakt in het kader van de #PHOT Photo On Tuesday, een blogexperiment van Karin Ramaker. Een vrije foto-opdracht: een zelfgemaakte foto, zonder thema met of zonder begeleidende tekst, maar wel mét een titel.